Op het plaatsen en in gebruik hebben van een antenne zijn regels op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, monumenten en milieu van toepassing. Deze regels worden samengevoegd onder de Omgevingswet. Elk van deze aandachtsgebieden heeft regels voor het bepalen van de vergunningplicht.
Dit document is bedoeld als hulpmiddel voor gemeenten die te maken krijgen met vragen over vergunningen voor antennes na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vragen en opmerkingen zijn welkom via info@antennebureau.nl.
Inhoud
- Inleiding
- Algemene vragen over antenneplaatsing
- Antennes voor mobiele telecommunicatie
- Antenne-installaties voor C2000 infrastructuur
- Antennes van radiozendamateurs
- Schotelantennes
- Antennes en monumenten
- Wabo versus Omgevingswet
Inleiding
Een belangrijke verandering onder de Omgevingswet is dat het uitgangspunt voor een vergunning niet meer bestaat uit een project. Onder de Omgevingswet geldt een vergunning voor een activiteit. Het is wel mogelijk voor meerdere activiteiten in 1 keer een vergunning aan te vragen. Maar dat is niet verplicht.
Een tweede belangrijke verandering onder de Omgevingswet is het ontkoppelen van de vergunningplicht voor de technische aspecten en de ruimtelijke aspecten van het bouwen. Door ‘de knip’ ontstaan er 2 losse activiteiten: de technische bouwactiviteit en een activiteit op grond van de regels van het omgevingsplan (omgevingsplanactiviteit bouwwerken)
Zie ook de Voorbeeldnota Antennebeleid.
Algemene vragen over antenneplaatsing
In bijlage II, artikel 1, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht is een definitie van het begrip antenne-installatie opgenomen:
“installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie”.
Deze definitie is van toepassing op het bepalen van de vergunningplicht voor de activiteiten bouwen, afwijken regels ruimtelijke ordening en handelingen met rijksmonumenten.
Dat hangt af van de soort antenne, de omvang en de plek. De regels kunnen leiden tot een vergunningplicht voor verschillende activiteiten. De meest voorkomende zullen zijn:
- technische bouwactiviteit
- omgevingsplanactiviteit bouwwerken
- milieubelastende activiteit
- rijksmonumentenactiviteit
Er gelden aparte regels voor:
- Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie
- Small cells
- Antenne-installaties voor C2000 infrastructuur
- Schotelantennes
- Andere antenne-installaties
Alle radiozendapparatuur moet voldoen aan de richtlijn voor radioapparaten, de Radio Equipment Directive (RED) richtlijn. Alle antennes moeten een CE-markering hebben en voldoen aan de Europese eisen. Een fabrikant verklaart met de CE-markering dat een apparaat voldoet aan de Europese regelgeving. Agentschap Telecom houdt hier toezicht op.
Een antenne-installatie is een bouwwerk. Voor het bouwen van een bouwwerk gelden altijd de regels van het Bouwbesluit 2012.
Geeft de gemeente een omgevingsvergunning af voor een zendmast waardoor afgeweken moet worden van de regels die in het omgevingsplan staan? Dan kunnen in de vergunning regels worden opgenomen over de plaats en hoogte van de antenne-installatie voor de ruimtelijke inrichting van een gebied.
Geeft de gemeente een omgevingsvergunning af voor een antenne op een monument? In de omgevingsvergunning kunnen regels worden opgenomen over de plaats van de antenne-installatie en de uitvoering ervan ter bescherming van het monument.
Voor antenne-installaties met een opgenomen vermogen van 4 kW of minder gelden geen specifieke regels voor de milieubelastende activiteit (Bal, paragraaf 3.2.3). Antenne-installaties met een opgenomen vermogen van meer dan 4 kW zijn vergunningplichtig voor de milieubelastende activiteit (Bal, art. 3.10) In de voorschriften die worden opgenomen in de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, zal meestal worden verwezen naar de ICNIRP-limieten.
Hangen er meerdere antenne-installaties in een zendmast? Dan bepaalt het opgenomen vermogen per antenne-installatie of een vergunning voor de milieubelastende activiteit moet worden aangevraagd.
Er hoeven geen waarden te worden opgenomen. In de Telecommunicatiewet zal worden verwezen naar de ICNIRP-blootstellingslimieten. Eventueel kan daar in de omgevingsvergunning naar worden verwezen. De antenne-eigenaar moet bij de aanvraag aangeven te voldoen aan de ICNIRP-norm. Dit betekent dat door plaatsing van de antenne-installatie de toegestane vermogensdichtheid niet wordt overschreden op publiek toegankelijke plekken.
Antennes voor mobiele telecommunicatie
Antennes hoger dan 5 meter (inclusief drager) zijn vergunningplichtig voor de technische bouwactiviteit. De hoogte wordt gemeten vanaf de voet van de antennedrager. Bij plaatsing aan de gevel wordt gemeten vanaf het punt waarop de antenne (met de antennedrager) het dakvlak kruist (Bbl, art. 2.26)
Zie de vergunningcheck op [INVULLEN]
De antenne-installatie mag niet in strijd zijn met de regels van het omgevingsplan. Bij strijdigheid met die regels is de antenne-installatie vergunningplichtig voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Een uitzondering van deze vergunningplicht geldt voor antenne-installaties op of aan een bouwwerk als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 2.29, onder m van het Bbl.
Ja, een bestaande vakwerkmast van 40 meter mag na uitbreiding met een extra antenne-installatie maximaal 45 meter hoog zijn (artikel 2.29, onder m van het Bbl).
Ja, als de antenne op minimaal 3 meter hoogte boven de grond wordt geplaatst (artikel 2.29, onder m van het Bbl).
Alleen de antenne moet hoger geplaatst zijn dan 3 meter. De techniekkast of randapparatuur mag vergunningsvrij op de grond worden geplaatst of in de mast. Bij plaatsing in de mast, gelden de constructieve eisen van de mast. Die mogen niet in gevaar komen door het aanbrengen van de randapparatuur in de mast (artikel 2.29, onder m van het Bbl).
Ja, maar alleen als de antenne niet hoger is dan 0,5 meter (artikel 2.29, onder m van het Bbl) óf als het gaat om een small cell conform uitvoeringsverordening EU 2020/1070.
Zie vergunningcheck antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie plaatsen op www.omgevingsloket.nl
NB: deze vergunningcheck is alleen zichtbaar als op de homepage van het omgevingsloket wordt gekozen voor de ingang voor bedrijven.
Nee, voor een gecamoufleerde antenne gelden dezelfde regels als voor een niet-gecamoufleerde antenne. De hoogte en locatie zijn bepalend of een antenne vergunningsvrij gebouwd mag worden. Denk aan een antenne die is geverfd in dezelfde kleur als de muur of een antenne die is vermomd als boom.
Small cells
De Telecommunicatiewet gebruikt de term draadloos toegangspunt met klein bereik. Het betreft draadloze netwerktoegangsapparatuur met laag vermogen van kleine omvang die binnen een klein bereik werkt, gebruik maakt van vergunningplichtig of vergunningvrij radiospectrum of van een combinatie van beide, deel kan uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, uitgerust is met een of meer antennes met lage visuele impact en aan de gebruikers toegang tot elektronische communicatienetwerken verleent, ongeacht of de onderliggende netwerktopologie mobiel of vast is.
Ja, als de antenne voldoet aan de eisen in de Europese uitvoeringsverordening EU 2020/1070 'Draadloze toepassingen met een klein bereik'. Het gaat dan om small cells die in omvang niet groter zijn dan 30 liter of volledig zijn geïntegreerd in de draagconstructie. (Bor Bijlage II, art. 2, lid 15, onder c).
Ja, als de antenne voldoet aan de eisen in de Europese uitvoeringsverordening EU 2020/1070 'Draadloze toepassingen met een klein bereik', oftewel small cells. De zichtbare delen mogen in omvang niet groter zijn dan 30 liter (Bor Bijlage II, art. 2, lid 15, onder c).
Valt een kleine antenne voor mobiele communicatie buiten de Europese definitie van small cell? Dan geldt dat de antenne met antennedrager gemeten vanaf de voet, niet hoger mag zijn dan 0,5 meter (Bor Bijlage II, art. 2, onderdeel 15, onder b, sub 1).
Actieve antennesystemen vallen buiten de EU-verordening totdat meetstandaard EN 62232 is geüpdatet. Het gaat bijvoorbeeld om small cells die een individueel antennesignaal aanbieden (beamforming). Ook als een small cell buiten de installatieklassen in de verordening valt, geldt voor antenneplaatsing sub 1 van onderdeel b en niet onderdeel c.
Zie ook de factsheet Lokaal beleid en kleine antennes.
Nee, zowel een 4G/5G small cell als een Wifi-hotspot zijn omgevingsvergunningvrij zolangs ze voldoen aan de eisen in uitvoeringsverordening EU 2020/1070 'Draadloze toepassingen met een klein bereik'.
Dat hangt af van het soort monument (Bor, Bijlage II, art. 3a; regels provinciale of gemeentelijke verordening). Voor rijksmonumenten geldt altijd een vergunningplicht voor “het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht” (Wabo, art. 2.1, lid 1, onder f). De uitzonderingen op de vergunningplicht gelden niet voor het plaatsen van antenne-installaties. Het plaatsen van een antenne-installatie is geen normaal onderhoud of een inpandige verandering.
Voor provinciale of gemeentelijke monumenten kan een vergunningplicht volgen uit de lokale regelgeving.
Meestal ontstaat ook een vergunningplicht bij de activiteit bouwen (Bor, Bijlage II art 4a lid 1).
Bij antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie komt dit in principe niet voor.
Bij antenne-installaties met een opgenomen vermogen van meer dan 4 kW geldt een vergunningplicht voor het onderdeel milieu in de omgevingsvergunning (BOR bijlage I categorie 20.1, onder a, sub 3). Bij landelijke omroepzenders wordt meestal gebruik gemaakt van opgenomen vermogens van meer dan 4 kW. Voor die antenne-installaties geldt een vergunningplicht voor de activiteit milieu.
Antenne-installaties voor C2000
Nee, als de mast niet hoger is dan 5 meter wordt deze niet aangewezen als vergunningplichtig (artikel 2.26 bbl). Als de mast hoger is dan 5 meter geldt de uitzondering voor de vergunningplicht op grond van artikel 2.27, lid 2, onder h Bbl)
Nee, het plaatsen van een zendmast voor een C2000 antenne-installatie wordt uitgezonder van de vergunningplicht in artikel 2.29, onder n Bbl.
Zie vergunningcheck antenne-installatie met opstelpunt voor C2000 infrastructuur plaatsen op www.omgevingsloket.nl
Antennes van radiozendamateurs
Ja, zolang de antenne achter het voorerf is geplaatst en niet hoger is dan 5 meter (Bor Bijlage II, art. 2, onderdeel 17, onder c).
Zie vergunningcheck op www.omgevingsloket.nl
Schotelantennes
Ja (Bor, Bijlage II, art. 2, onderdeel 17).
Zie vergunningcheck op www.omgevingsloket.nl
Antennes en monumenten
Voor een antenneplaatsing op of aan een rijksmonument is bijna altijd een omgevingsvergunning nodig vanwege de bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument. Een vergunning is alleen niet nodig wanneer een activiteit leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft (artikel 3a van bijlage II, Besluit omgevingsrecht). Op grond van artikel 4a, lid 1 van bijlage II, Besluit omgevingsrecht moet in veel gevallen ook een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden aangevraagd voor het plaatsen van een antenne op of aan een rijksmonument.
Bij provinciale of gemeentelijke monumenten bepaalt de provinciale of gemeentelijke verordening of voor de bescherming van de monumentale waarde van het monument een vergunning nodig is (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.2, lid 1, onder b).
Op grond van artikel 4a, lid 1 van bijlage II, Besluit omgevingsrecht moet in veel gevallen ook een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden aangevraagd voor het plaatsen van een antenne op of aan een monument.
Voor een antenneplaatsing in een rijks beschermd stads- of dorpsgezicht is bijna altijd een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. Een vergunning is alleen niet nodig als een antenne geplaatst wordt aan de achterkant van een gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd (artikel 4a, lid 2 van bijlage II, Besluit omgevingsrecht).
Dat hangt af van het soort monument (Bor, Bijlage II, art. 3a of regels provinciale of gemeentelijke verordening). Voor rijksmonumenten geldt altijd een vergunningplicht voor “het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht” (Wabo, art. 2.1, lid 1, onder f). De uitzonderingen op de vergunningplicht gelden niet voor het plaatsen van antenne-installaties. Het plaatsen van een antenne-installatie is geen normaal onderhoud of een inpandige verandering. Voor provinciale of gemeentelijke monumenten kan een vergunningplicht volgen uit de lokale regelgeving. Meestal ontstaat ook een vergunningplicht bij de activiteit bouwen (Bor, Bijlage II art 4a lid 1).
Antennes op een WAS-mast
Een waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is vergunningsvrij op basis van Bijlage II Bor, art 2. lid 18 onder f. En een antenne-installatie voor mobiele communicatie is vergunningsvrij indien niet hoger dan 5m en indien in een WAS-mast op minimaal 3 meter hoogte boven de grond geplaatst. Er is geen regelgeving over het hergebruik of aanpassing van een vergunningvrij bouwwerk ten dienste van een ander vergunningvrij bouwwerk. Er zijn gemeenten in Nederland die het aanpassen van een bestaand vergunningsvrij bouwwerk als vergunningsvrij beoordelen zolang dit past binnen het gebruiksdoel, in dit geval de sirenemast. Een antenne-installatie kan daar vervolgens vergunningsvrij in bijgehangen worden mits wordt voldaan aan de voorwaarden in art. 2 lid 15.
Medegebruik en gedeeld gebruik
Telecom- en radio-operators en beheerders van telecominfra moeten over en weer infrastructuur delen na een onderling redelijk verzoek tot medegebruik (site-sharing, H5A Tw). In bijzondere gevallen en onder voorwaarden is het voor een gemeente mogelijk telecomaanbieders gedeeld gebruik van infrastructuur op te leggen (H5B Tw). Bij het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik geldt de voorwaarde dat de betreffende infrastructuur is aangelegd onder de gedoogplicht (H5 Tw), of dat er sprake is van bestaande site-sharing (H5A Tw), of van medegebruik van publieke infrastructuur (H5C Tw).Een gemeente kan alleen in specifieke gebieden colocatie of gedeeld gebruik opleggen en alleen op basis van een publiek belang (bescherming milieu, volksgezondheid, openbare veiligheid, stedenbouwkundige of planologische doelstellingen). Het kan bijvoorbeeld gaan om gedeeld gebruik van mantelbuizen in gebieden met congestie in de ondergrond. Een ander voorbeeld is een volle binnenstad waarin een gemeente de impact op het straatbeeld wil beperken en colocatie verplicht voor small cells. Opleggen kan alleen als eerst een openbare voorbereidingsprocedure is gevolgd.
Wabo vs Omgevingswet
| Wabo | Omgevingswet | ||
| Activiteit milieu | Bor* bijlage I cat. 20 | Milieubelastende activiteit | Bal** art. 3.9 |
| Activiteit bouwen | Bor bijlage II art 2 onder 15 | Technische bouwactiviteit | Bbl*** art. 2.15d onder p |
| Afwijken ruimtelijke ordening | Bor bijlage II art 2 onder 15 | Omgevingsplanactiviteit bouwen | Bbl art. 2.15f onder m |
| Rijksmonument |
Bor bijlage II art 3a | Rijksmonument | Bbl art. 2.15g |
| Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten | Bor bijlage II art 4a lid 2 | Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten | Bbl art. 2.15f lid 3 Bbl art. 8.2 |
| Provinciaal of gemeentelijk monument | Procinciale of gemeentelijke verordening | Provinciaal of gemeentelijk monument | Bbl art. 2.15g |
* Besluit omgevingsrecht
** Besluit activiteiten leefomgeving
*** Besluit bouwwerken leefomgeving