Inspraak bij plaatsing antennes

Bij de plaatsing van een antenne-installatie in uw woonomgeving heeft u in sommige gevallen inspraak.

Inspraak bij plaatsing vergunningsvrije antenne

Een telecombedrijf mag niet zomaar een antenne-installatie plaatsen op een woongebouw. Allereerst moet de eigenaar van het woongebouw toestemming geven voor de plaatsing van antennes. Wanneer ook huurders in het woongebouw wonen, kunnen bewoners bezwaar maken met de zogenoemde instemmingsprocedure. Dit is een afspraak uit het Antenneconvenant (PDF, 167,2 KB).

Voor welke gebouwen geldt de instemmingsprocedure?

  • woongebouwen waar iemand woont met een individuele huurovereenkomst;
  • woongebouwen met een Vereniging voor Eigenaren (VVE) waar ook huurders wonen;
  • verzorgingstehuizen, behalve als er ook zorg wordt afgenomen.

De instemmingsprocedure geldt niet voor huurders van een dienstwoning.

Hoe kunt u bezwaar maken tegen de plaatsing van een antenne?

Als meer dan de helft van de huisadressen tegen de komst van een antenne stemt, gaat de plaatsing niet door. Stemt u niet, dan geldt dit als 'geen bezwaar'. Een onafhankelijk administratiebureau verstuurt de stemformulieren en telt de stemmen.

Gaat de plaatsing door?

Dan heeft de mobiele operator na instemming vijf jaar de tijd om de antenne te plaatsen. Als dat niet gebeurt, vervalt de instemming.

Alleen instemming bij plaatsing nieuwe antenne-installatie

Bij vervangen of uitbreiding van antennes is geen instemming mogelijk. Alleen als er op een andere plek op het dak een volledig nieuwe antenne-installatie wordt geplaatst, is instemming vereist.

Bezwaar bij antennes hoger dan 5 meter

Een gemeente maakt aanvragen voor vergunningen voor een vrijstaande zendmast bekend via verschillende kanalen, zoals hun website, in streekkranten en in huis-aan-huis-bladen.

Meestal geldt bij een zendmast de reguliere voorbereidingsprocedure. Dat betekent dat de gemeente binnen acht weken een besluit moet nemen op de vergunningsaanvraag. Binnen zes weken na bekendmaking van het besluit kunt u bezwaar maken bij de gemeente. De gemeente bepaalt of uw opmerkingen terecht (gegrond) zijn. Vervolgens neemt zij een besluit, vaak na advies van een bezwaarschriftencommissie. Bent u het daar niet mee eens, dan kunt u in beroep bij de rechtbank. Soms geeft de gemeente omwonenden tijdens de aanvraagprocedure al de gelegenheid een zienswijze in te dienen.