Antennebureau alles over antennes

Antenneconvenant

Het Antenneconvenant is een onderlinge afspraak tussen de mobiele operators, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Ministeries van Economische Zaken (EZ) en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), waarin de voorwaarden zijn vastgelegd voor de plaatsing van vergunningvrije antenne-installaties tot en met 5 meter bestemd voor mobiele communicatie. Met dit convenant wordt ondervangen dat deze antenne-installaties, ondanks de vergunningvrijheid, zorgvuldig worden geplaatst.

Om ervoor te zorgen dat netwerken van mobiele communicatie snel gebouwd kunnen worden, heeft de Rijksoverheid er in het Nationaal Antennebeleid voor gekozen een groot gedeelte van de antenne-installaties omgevingsvergunningvrij te maken. Het Antenneconvenant is bedoeld om invulling te geven aan dit beleid.

Doel Antenneconvenant

Het Antenneconvenant is opgesteld om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen mobiele operators en gemeenten te stimuleren. Hiermee moet wildgroei van antennes worden tegengegaan, het draagvlak voor de plaatsing van antennes worden bevorderd en maatschappelijke weerstand worden voorkomen.

De afspraken die in het Antenneconvenant staan, zijn juridisch bindend tussen de partijen. De nakoming ervan kan worden afgedwongen door de rechtbank in Rotterdam.

Herziening Antenneconvenant in 2010

Het oorspronkelijke Antenneconvenant dateert uit 2002. Dit Convenant was, naast de VNG en de ministers van VROM en EZ, ondertekend door de toenmalige mobiele operators KPN, O2, Ben, Dutchtone en Vodafone-Libertel (later KPN, T-Mobile en Vodafone). Als gevolg van de 2,6 GHz-frequentieveiling in april 2010, kwamen er twee mobiele operators bij. Ook zij werden geacht zich aan de afspraken in het Convenant te houden. Het Antenneconvenant 2002 was echter niet afgestemd op de toetreding van nieuwe operators. Daarom is het Convenant in september 2010 herzien, en zijn enkele afspraken aangepast aan het toetreden van nieuwkomers op de markt voor mobiele telecommunicatie. 

Bevoegdheden gemeenten

Gemeenten zelf zijn formeel geen partij bij het convenant. Wel kunnen zij nakoming eisen van de operators. Als gevolg van het convenant blijven gemeenten geïnformeerd over waar antenne-installaties staan of komen te staan. Dit wordt gedaan met een plaatsingsplan. Bovendien heeft de gemeente de mogelijkheid om in beperkte mate aanvullende eisen te stellen.

Enkele belangrijke aspecten uit het convenant zijn het plaatsingsplan, visuele inpasbaarheid, de instemmingsprocedure en blootstellingslimieten. In het linkermenu vindt u hier meer informatie over.