Antennebureau alles over antennes

Effecten van antennes op de gezondheid

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de elektromagnetische velden die antenne-installaties produceren een verwarmend effect kunnen hebben. Om te voorkomen dat ons lichaam zo veel opwarmt dat dit effect heeft op de gezondheid, zijn blootstellingslimieten opgesteld.

Op plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek kunt u niet zo dicht bij een antennepaneel komen dat de blootstellingslimieten worden overschreden. Uw lichaam wordt dus niet te veel opgewarmd door antennes.

Andere effecten dan opwarming

Er is de laatste jaren discussie ontstaan over eventuele andere gezondheidseffecten dan opwarming van het lichaam. Sommige mensen zijn bang dat diverse gezondheidsklachten, zoals hoofdpijn, slapeloosheid en duizeligheid, veroorzaakt worden door elektromagnetische velden van antennes.

Regelmatig wordt er onderzoek gedaan naar deze klachten in relatie tot antennes. De uitkomsten van deze gezondheidsonderzoeken zijn divers. In de meeste onderzoeken kan er geen verband worden gelegd, maar soms verschijnt een publicatie waarin dit verband wel aanwezig lijkt te zijn.

Onderzoek

Er zijn verschillende organisaties die de onderzoeken op het terrein van antennes en gezondheid analyseren en beoordelen. Dit zijn onder andere de Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

In alle adviezen die van de Gezondheidsraad zijn verschenen, geeft ze aan dat gezondheidseffecten op korte termijn van antennes niet zijn aangetoond. Over klachten door langdurige blootstelling geeft zij aan dat deze niet te verwachten zijn. In beide gevallen gaat het om blootstelling lager dan de blootstellingslimieten.

Het Internationale Agentschap voor Onderzoek naar Kanker (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2011 de zendsignalen van mobiele telefoons als 'mogelijk kankerverwekkend' beoordeeld. De beoordeling wijkt af van eerdere oordelen van de WHO. Er zijn volgens de IARC beperkte aanwijzingen voor een verhoogde kans op twee typen hersentumoren. De reden hiervoor is dat IARC wel aanwijzingen, maar geen overtuigende bewijzen ziet. Een oorzakelijk verband is misschien mogelijk, maar IARC sluit niet uit dat de aanwijzingen het gevolg zijn van toeval, vertekening of een invloed van andere oorzaken. Zij concludeert dat er meer onderzoek nodig is om een duidelijker conclusie te kunnen trekken. Er zijn volgens de IARC geen aanwijzingen voor een verhoogde kans op andere type kankers.