Terwijl 5G nog maar een aantal jaren actief is in Nederland, wordt alweer gewerkt aan de volgende generatie mobiele technologie: 6G. Maar met nieuwe technologie ontstaan ook nieuwe termen.
Op deze pagina hebben we de meest voorkomende 6G-termen verzameld en vertaald naar begrijpelijke taal.
Verdiepende informatie
Een digital twin (digitale kopie) is een exacte, virtuele kopie van een fysiek object, proces of systeem. De kopie verandert, net zoals de fysieke wereld. Sensoren in de fysieke wereld zien hoe een object in de fysieke wereld verandert en past de virtuele kopie hierop aan.
Deze digitale tweelingen van de fysieke wereld worden gemaakt om te kunnen simuleren, voorspellen en testen. Bijvoorbeeld: "Wat gebeurt er als ik deze fabrieksmachine 30% sneller laat draaien?" Door dit te testen op de digitale kopie, heeft de test geen gevolgen voor de fysieke wereld.
De connectie met 6G
6G maakt digital twins beter en digital twins zijn nodig om 6G te kunnen bouwen.
1. 6G maakt digital twins beter
Om een digital twin goed te laten werken, moet de data-uitwisseling tussen het echte object en de virtuele kopie snel en betrouwbaar zijn.
- 6G belooft een vertraging (latency) die bijna nul is. Dit betekent dat de acties in de echte wereld en de reacties in de digitale wereld vrijwel synchroon lopen. Dit is belangrijk voor bijvoorbeeld een digitale kopie van een zelfrijdende auto of een robot in een fabriek.
- 6G kan de data van heel veel sensoren tegelijk verwerken. Hierdoor kan een digital twin veel gedetailleerder en nauwkeuriger worden, bijvoorbeeld van een complete stad (een 'digital twin city') om verkeersstromen te regelen.
2. Digital twins om 6G te beheren
Een 6G-netwerk wordt zeer complex. Het zal veel meer gebruikmaken van kunstmatige intelligentie (AI) om zichzelf constant te optimaliseren. Om zo'n ingewikkeld netwerk te kunnen bouwen, testen en onderhouden, creëren ontwikkelaars een digital twin van het 6G-netwerk zélf.
- Voordat een telecomprovider een nieuwe software-update live zet, kunnen ze die eerst testen op de digitale kopie van hun netwerk. Ze kunnen AI-systemen trainen op de digitale kopie om de beste manieren te vinden om data te versturen of energie te besparen.
- Als er een storing optreedt in het echte netwerk, kunnen ze de situatie 'naspelen' in de digital twin om de oorzaak te vinden en een oplossing te testen voordat deze in de echte wereld wordt toegepast.
Samengevat: 6G levert de snelle verbinding die nodig is voor goedwerkende digital twins (van fabrieken, steden, etc.), terwijl de digital twin-technologie zelf hét gereedschap is om het complexe 6G-netwerk te kunnen ontwerpen en beheren.
Meer informatie over Digital Twins
Bij Internet of Things (IoT) krijgen alledaagse voorwerpen een verbinding met het internet. Denk aan je koelkast, je horloge, de thermostaat of zelfs vuilniscontainers.
Door deze verbinding kunnen deze apparaten twee dingen doen:
- Gegevens verzamelen via sensoren (zoals temperatuur, beweging of locatie).
- Communiceren met jou of met andere apparaten.
Het doel van IoT is om ons leven makkelijker, veiliger of efficiënter te maken. Enkele voorbeelden uit de praktijk:
- In huis: een slimme thermostaat die alvast de verwarming aanzet als hij ziet dat jouw smartphone (en jij dus ook) bijna thuis is.
- Gezondheid: een horloge dat je hartslag meet en zo een hardlooptraining op maat kan maken.
- Steden: vuilnisbakken die een signaal geven aan de ophaaldienst wanneer ze vol zitten, zodat de vuilniswagen niet voor niets rijdt.
"Joint Communication and Sensing" (JCAS) betekent dat radiosignalen tegelijkertijd gebruikt voor communicatie én voor waarnemen.
Normaal gesproken zijn dit twee verschillende functies:
- Communicatie: een antenne stuurt data naar jouw telefoon en ontvangt data van jouw telefoon.
- Sensing: een antenne zendt een signaal uit en luistert naar de echo die terugkaatst van objecten (een vliegtuig, een auto, regendruppels). Hierdoor weet een antenne waar een object zich bevindt.
Wat kun je ermee in de praktijk?
JCAS maakt nieuwe toepassingen mogelijk:
- Slim verkeer: een 6G-zendmast kan een zelfrijdende auto niet alleen een kaart van de omgeving sturen (communicatie), maar kan de auto ook 'zien' (sensing). Zo kan het netwerk de auto bijvoorbeeld waarschuwen voor een voetganger die achter een busje vandaan stapt, nog voordat de camera's van de auto die persoon kunnen zien.
- Slimme fabrieken: robots kunnen niet alleen met elkaar communiceren, maar 'voelen' via het netwerk waar andere robots en menselijke medewerkers zich bevinden. Zo werken ze veiliger en efficiënter.
- Zorg: het netwerk kan (anoniem) vitale functies meten. Het kan bijvoorbeeld de ademhalingsfrequentie van een patiënt in een ziekenhuiskamer detecteren, of 'zien' of een oudere persoon in huis is gevallen, puur door de reflectie van radiosignalen te meten.
Bij virtual reality stap je in een compleet digitale omgeving. Door een dichte bril die je volledig afsluit van je echte omgeving, zie je alleen de virtuele wereld die door een computer is gemaakt.
Het effect is dat je het gevoel hebt dat je écht ergens anders bent.
Waar virtual reality de echte wereld buitensluit, voegt augmented reality er iets aan toe. Bij AR blijf je de echte wereld om je heen gewoon zien, maar er wordt een digitale laag overheen gelegd. Dit kan bijvoorbeeld via de camera van je smartphone of een speciale doorzichtige bril.
Voorbeelden:
- De game Pokémon GO laat onderdelen uit het spel zien via de camera van je telefoon.
- Apps van meubelwinkels, waarmee je een virtuele bank in je eigen woonkamer plaatst om te kijken of hij past.
- Navigatie: pijlen die op het wegdek lijken te zweven terwijl je door de stad loopt.
Het zero-trust-principe is een moderne beveiligingsstrategie die gebaseerd is op één simpele regel: "vertrouw nooit, verifieer altijd." In de traditionele beveiliging werd er vaak gedacht als een kasteel met een gracht: zolang je buiten de muren was, was je een gevaar, maar zodra je "binnen" het netwerk was (bijvoorbeeld ingelogd op kantoor), werd je volledig vertrouwd. Zero-trust stapt van dat idee af en gaat ervan uit dat niemand zomaar te vertrouwen is, zelfs niet als ze zich al in het netwerk bevinden.
In de digitale wereld betekent dit dat systemen continu controleren wie je bent, waarvandaan je inlogt en of je apparatuur wel veilig is, voordat je toegang krijgt tot een bestand of programma. Het grote voordeel is schadebeperking: als een hacker toch binnenkomt, heeft hij niet meteen toegang tot alles, maar staat hij direct voor de volgende gesloten deur.