Draadloze stadsnetwerken zijn vergunningvrije netwerken die een geografisch gebied, zoals een stad of een deel daarvan, voorzien van internet of andere mobiele diensten. Een voorbeeld hiervan is toeristische informatie die via de netwerken wordt aangeboden.
Om een draadloos netwerk te kunnen laten werken, is er een netwerk van antennes nodig. Een draadloos netwerk binnen een stad of gebied werkt met een netwerk op basis van de WiFi standaard, hetzelfde WiFi dat veel mensen als draadloos netwerk in huis hebben. Het grote voordeel van deze techniek is het feit dat men zich kan voortbewegen zonder dat de verbinding wordt verbroken. Dat is bijvoorbeeld erg handig voor de politie. Een ander voordeel is dat het netwerk vergunningvrij gebouwd en gebruikt mag worden.
Antennes voor draadloze stadsnetwerken
Een stadsnetwerk bestaat uit basisstations die via bijvoorbeeld glasvezel in
verbinding met het vaste netwerk staan. Om als gebruiker contact te maken met
deze basisstations, maakt het netwerk gebruik van zogenaamde nodes die met de
basisstations zijn verbonden. Nodes zijn kastjes met zend- en ontvangstantennes
die ervoor zorgen dat de gebruiker draadloos met het netwerk kan communiceren
(zie afbeelding). Een ander woord voor node is netwerkknooppunt. De nodes vormen
een doorgeefsysteem van data tussen de gebruiker en het netwerk
Waarom worden draadloze stadsnetwerken gebouwd?
Net als in de particuliere consumentenmarkt neemt ook in veel gemeenten de
invloed en het gebruik van computertoepassingen toe. Steeds vaker maken deze
technieken gebruik van apparaten waarmee draadloos informatie gehaald en
verstuurd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de politie die op straat kentekens
kan natrekken, vuilnisbakken die een sms versturen als ze geleegd moeten worden
en mobiel cameratoezicht bij evenementen. Zomaar een aantal voorbeelden van de
vele toepassingen die tegenwoordig gebruikt worden.
Door deze ontwikkeling zijn gemeenten steeds meer geld gaan uitgeven aan de toegankelijkheid van deze systemen en zoeken ze manieren om deze kosten te beheersen. De voornaamste reden voor hoge kosten zijn vaak de abonnementen en contracten die gemeenten met derden aangaan om gebruik te maken van veel verschillende mobiele diensten. Om deze reden kan het voor een gemeente interessant zijn een eigen draadloos netwerk aan te leggen, zodat alle apparaten over hetzelfde, door de gemeente beheerde netwerk kan communiceren. Op die manier wordt er geld bespaard op abonnementen en gebruikerskosten. Ook het feit dat de gemeente eigenaar wordt van het netwerk, en dus het netwerk zelf kan beheren, is een keuze om een eigen netwerk te bouwen.
Verder kunnen dergelijke stadsnetwerken door de grote verscheidenheid aan apparatuur die al gebruik maakt van WiFi, voor verschillende toepassingen gebruikt worden. Denk aan laptops, PDA’s en mobiele telefoons die standaard WiFi aan boord hebben. Niet alleen de publieke instellingen kunnen daardoor deze netwerken gebruiken, maar ook commerciële organisaties, onderwijsinstellingen en individuele personen. Hierdoor kan een netwerk ingezet worden als breed communicatiemiddel waarmee allerlei doelgroepen bereikt kunnen worden.
Mogen deze netwerken zomaar geplaatst worden?
Anders dan bij mobiele telefonie en omroepsystemen is er voor het gebruik van
frequenties voor een WiFi-netwerk geen vergunning nodig. Omdat de antennes
kleiner zijn dan vijf meter, is hiervoor ook geen omgevingsvergunning nodig.
Daarom kan iedereen een WiFi-netwerk bouwen. Vaak worden de antennes aan
gemeentelijke eigendommen opgesteld zodat het netwerk snel gerealiseerd kan
worden.