Het werkveld van het Antennebureau ligt binnen het radiofrequentiespectrum. Dit gedeelte van het elektromagnetisch spectrum bestaat uit elektromagnetische velden met een frequentie tussen de 9 kHz en 300 GHz, ook wel radiogolven genoemd. Het deel van de radiogolven vanaf 1 GHz worden microgolven genoemd.
Radiogolven
Radiogolven worden onder andere toegepast in de telecommunicatie. Radio,
televisie, draagbare en mobiele telefoons, radar en satellieten maken allemaal
gebruik van radiogolven om draadloos informatie over te brengen van een zender
naar een of meerdere ontvangers. Voor het opwekken en uitzenden van de
radiogolven gebruikt de zender een antenne. De radiogolven
dragen de informatie, die vervolgens wordt opgevangen door een andere antenne.
Microgolven
Microgolven zijn elektromagnetische golven met een frequentie tussen de 1 GHz en
ongeveer 100 GHz. Dit betekent dat de golven een golflengte hebben tussen de 30
cm en ongeveer 3 mm. Zoals de naam al doet vermoeden, werkt een magnetron op
microgolven. Maar ook mobiele telefoons gebruiken frequenties die liggen in of
nabij het frequentiegebied van de microgolven. In Nederland werkt de
gsm-technologie met frequenties rond de 900 MHz en 1800 MHz, en de
UMTS-technologie met frequenties rond 2100 MHz.
Bandbreedte
Een radiogolf beweegt zich niet precies op één bepaalde frequentie, maar rondom
een frequentie. Dat komt doordat de informatie die in de golf aanwezig is, meer
ruimte inneemt dan in één frequentie past. Hoe meer informatie er verstuurd moet
worden, hoe meer ruimte er nodig is. Deze ruimte noemen we de bandbreedte.
Voor bijvoorbeeld multimediatoepassingen, zoals video, is meer bandbreedte nodig dan alleen voor spraakoverdracht.
Ordening spectrum in frequentiebanden
Niet iedere technologie werkt even goed op iedere frequentie. Hierdoor zijn de
bruikbare frequenties in het radiofrequentiespectrum relatief schaars. Als
verschillende technologieën van dezelfde frequenties gebruik zouden maken, is er
een grote kans op interferentie, oftewel storing. Daarom is het
radiofrequentiespectrum opgedeeld in frequentiebanden.
Voor veel frequentiebanden is (voor dit moment) bepaald welke technologie er in gebruikt moet worden. Zo mag in de banden 880,1 – 913,9 MHz en 925,1 – 958,9 MHz alleen gebruik worden gemaakt van de gsm-technologie, en in de banden 1899,9 – 1979,7 MHz en 2010 – 2169,7 MHz alleen de technologie UMTS.
Technologieneutraal
Sommige frequentiebanden zijn of worden technologieneutraal, zoals de 2,6 GHz
frequentieband. Dit houdt in dat vooraf niet is bepaald welke technologie er in
de frequentieband gebruikt moet worden. Zo kunnen er bijvoorbeeld nieuwe
technologieën worden toegepast, zoals LTE en
WiMAX.
Kavels
In een technologieneutrale frequentieband kunnen verschillende technologieën
niet door elkaar worden gebruikt, omdat de kans op interferentie, storing, dan
erg groot is. Daarom is de frequentieband opgedeeld in stukjes, zogenaamde
kavels. Binnen elk kavel mag een bepaalde technologie worden toegepast.
Vergunning voor een frequentieband
Een deel van de frequenties is vrij beschikbaar. Voor een ander deel is een
registratie of vergunning nodig. Deze vergunningen worden verleend door
Agentschap
Telecom. Dit is de toezichthouder van de rijksoverheid op het
radiofrequentiespectrum. Het agentschap verdeelt en beheert de
radiofrequentieruimte.
Klik hier voor een overzicht van de indeling van de radiofrequentieruimte.
Storing
Agentschap Telecom verdeelt en beheert de radiofrequentieruimte, en zorgt er
daarmee onder andere voor dat verschillende technologieën onderling niet storen.
Toch krijgt het agentschap regelmatig meldingen van storing. Er zijn
verschillende oorzaken voor storingen. Zo kan het zijn dat er illegaal gebruik
wordt gemaakt van frequenties waarvoor een vergunning nodig is, bijvoorbeeld
door zendpiraten. Maar ook (huishoudelijke) apparatuur kan zorgen voor storing,
bijvoorbeeld een defecte DECT-telefoon.
Klik hier als u last ondervindt van storing op uw draadloze apparatuur.