Sinds 1 oktober 2010 is de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) met een bijbehorend complex van wet- en regelgeving van kracht. De Wabo brengt diverse vergunningstelsels voor activiteiten in de leefomgeving onder in één vergunningstelsel; dat voor de omgevingsvergunning. Hierdoor hoeven burgers en bedrijven niet langer voor hetzelfde project meerdere vergunningen aan te vragen, maar kunnen ze volstaan met één omgevingsvergunning. Alle verschillende procedures zijn teruggebracht tot één vergunningproces en één set indieningsvereisten. De inhoudelijke toetsingskaders zijn nagenoeg hetzelfde gebleven.
Een omgevingsvergunning kan toestemmingen bevatten voor meerdere
activiteiten. De omgevingsvergunning kan dus worden afgegeven voor zowel de
activiteit bouwen van een bouwwerk, afwijken van een bestemmingsplan als
veranderen van een beschermd rijksmonument. Of er voor het bouwen van een
antenne-installatie een omgevingsvergunning nodig is, hangt af van de hoogte van
de installatie. Voor het bouwen van antenne-installaties die niet hoger dan vijf
meter zijn, is onder bepaalde voorwaarden geen omgevingsvergunning nodig. Deze
voorwaarden zijn vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor) in bijlage II.
Omgevingsvergunningsvrije antenne-installaties
Voor antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie die niet hoger zijn dan
5 meter (gemeten vanaf de voet van de installatie) is geen omgevingsvergunning
nodig voor de bouwactiviteit en de planologische gebruiksactiviteit. Dit zijn
bijvoorbeeld antennes voor gsm en UMTS. Aan de vergunningsvrijheid van een deel
van deze antennes zijn aanvullende voorwaarden gesteld. Deze staan in het
Antenneconvenant.
Ook andere antenne-installaties zijn onder bepaalde voorwaarden omgevingsvergunningsvrij voor de genoemde activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn kleine schotelantennes, antennemasten voor C2000 (het communicatiesysteem voor hulpverleningsdiensten) en de masten voor elektronische waarschuwing en alarmering bij rampen, de zogenaamde WAS-masten en antenne-installatie van radiozendamateurs.
De omgevingsvergunningsvrijheid geldt niet voor het bouwen van antenne-installaties op of aan monumenten en in beschermde dorps- of stadsgezichten.
Omgevingsvergunningplichtige antenne-installaties
Voor antenne-installaties hoger dan 5 meter is een omgevingsvergunning voor de
activiteit bouwen nodig. De enige uitzondering hierop zijn de installaties voor
het communicatiesysteem C2000. Ook voor het bouwen van antenne-installaties
kleiner dan 5 meter op gemeentelijke-, provinciale- en rijksmonumenten of in
beschermde stads- of dorpsgezichten is voor de activiteit bouwen van een
bouwwerk een omgevingsvergunning vereist.
Er zijn twee procedures om een omgevingsvergunning voor te bereiden, de reguliere voorbereidingsprocedure en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. In principe wordt voor alle aanvragen om omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd, tenzij anders is bepaald. De reguliere voorbereidingsprocedure moet binnen 8 weken worden doorlopen (plus eventueel een verlenging van 6 weken). Als deze wettelijke termijn wordt overschreden dan ontstaat er een van rechtswege verleende vergunning. De uitgebreide voorbereidingsprocedure heeft deze zogenaamde ‘positief fatale’ termijn niet.