In sommige gevallen kunt u inspraak hebben bij de plaatsing van een antenne-installatie. Als (woning)eigenaar heeft u natuurlijk altijd inspraak omdat een operator niet zonder uw toestemming een installatie mag plaatsen. Voor omgevingsvergunningsvrije antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie (zoals gsm en UMTS) gelden speciale regels. Deze zijn opgenomen in het Antenneconvenant.
In het Antenneconvenant is het instemmingsrecht van bewoners van een woongebouw geregeld door een instemmingsprocedure. De instemmingsprocedure is ingesteld om huurders van een woongebouw te informeren en te betrekken bij de besluitvorming omtrent het plaatsen van een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie (gsm en UMTS). Bijvoorbeeld om overlast te voorkomen van monteurs die zo nu en dan door het gebouw lopen. Het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid is door de rijksoverheid gewaarborgd door de gehanteerde blootstellingslimieten.
Als een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie (gsm en UMTS) op het dak wordt geplaatst van een woongebouw met bewoners met een individueel huurcontract en de mast is niet hoger dan vijf meter, moet naast de toestemming van de eigenaar door de operator een instemmingsprocedure gestart worden onder de bewoners. Per huisadres wordt een instemmingsaanvraag verstuurd, ongeacht het aantal bewoners op dit adres.
Als meer dan de helft van de huisadressen aangeeft bezwaren te hebben tegen de plaatsing, mag de installatie niet omgevingsvergunningvrij worden geplaatst. Deze procedure is in lijn met de bezwaren- en beroepsprocedure van bijvoorbeeld bouwvergunningsaanvragen: iemand die bezwaren heeft moet actie ondernemen en zijn protest kenbaar maken.
Antennes waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is
Bent u geen huurder in een woongebouw, dan heeft u bij de plaatsing van
antenne-installaties waarvoor geen omgevingsvergunning noodzakelijk is geen
inspraak. Voor antenne-installaties waarvoor wél een omgevingsvergunning
noodzakelijk is, moet een belangenafweging gemaakt worden. De toelichting van de
invoeringswet Wabo geeft aan dat een ontheffing binnen de reguliere
voorbereidingsprocedure weliswaar niet meer ter inzage hoeft worden gelegd, maar
geeft ook aan dat art. 4.7 en 4.8 van de Awb wel van toepassing zijn. Hierin
staat het volgende:
- 4:7: 'Voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.'
- 4:8: 'Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een
belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting
bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn
zienswijze naar voren te brengen indien de beschikking zou steunen op gegevens
over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en die gegevens niet
door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.'
Belanghebbenden die niet in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze in te
dienen kunnen nu alleen nog maar bezwaar maken tegen de verleende beschikking,
waarna de beschikking open staat voor beroep.
De gemeente is verplicht alle aanvragen voor omgevingsvergunningen bekend te maken in een eigen blad of een lokale krant (bijvoorbeeld een Huis-aan-Huiskrant).