De plaatsing van antenne-installaties valt - afhankelijk van het soort antenne en de locatie van de antenne - onder de Woningwet, de Milieuwet en de Monumentenwet.

Antenne-installaties tot vijf meter hoogte zijn bouwvergunningvrij, behalve wanneer ze op een monument worden geplaatst. Dit is vastgelegd in het "Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken".  Voor monumenten geldt een lichte bouwvergunning en wordt een monumentenvergunning vereist. Afspraken over de plaatsing van bouwvergunningvrije antennes zijn vastgelegd in het Antenneconvenant.

Antenne-installaties van 5 tot 40 meter
Voor het plaatsen van antenne-installaties van vijf tot veertig meter hoog, moet een lichte bouwvergunning worden aangevraagd. Voor antennes die hoger zijn dan veertig meter is een reguliere bouwvergunning nodig. Uitzondering hierop zijn de antennes voor C2000. Deze zijn bouwvergunningvrij.

Bestemmingsplan
In de meeste gevallen past de plaatsing van een antenne-installatie waarvoor een bouwvergunning nodig is, niet binnen het geldende bestemmingsplan. In deze gevallen kan een de gemeente besluiten een ontheffing op het geldende bestemmingsplan te verlenen. Voor antenne-installaties van 5 tot 40 meter kan  een ontheffingsprocedure ex artikel 3.23 van de Wro worden gevolgd.
Bij het maken van een nieuw bestemmingsplan kan een gemeente de mogelijkheid tot plaatsing van een bouwvergunningplichtige zendmast opnemen. Dit kan door het opnemen van een binnenbestemmingsplanse ontheffingsmogelijkheid (3.6 lid 1 Wro) of door middel van het aanwijzen van bepaalde locaties voor zendmasten. Voor nadere informatie hierover kunt u contact opnemen met een adviseur van het Antennebureau.

 
Milieuvergunning
Heeft een antenne een van het elektriciteitnet opgenomen vermogen van meer dan 4 kilowatt, dan is de installatie milieuvergunningplichtig.