1. U bevindt zich op: Home
  2. Actueel
  3. Nieuwsbrieven
  4. Nieuwsbrief draadloze stadsnetwerken
  5. > Draadloze stadsnetwerken

Draadloze stadsnetwerken

De kans is groot dat u de laatste tijd in de media berichten over steden of gemeenten die draadloze netwerken willen ontwikkelen bent tegengekomen. Rotterdam, Leiden en Groningen zijn voorbeelden van steden die met de bouw van een netwerk bezig zijn of al hebben voltooid. In deze nieuwsbrief gaan we in op deze stadsnetwerken. Hoe werken ze, waarom worden ze gebouwd en mogen deze netwerken zomaar geplaatst worden. En hoe zit het eigenlijk met de veiligheid?

Hoe werken draadloze stadsnetwerken?

Om een draadloos netwerk te kunnen laten werken is er een netwerk van antennes nodig.  Een draadloos netwerk binnen een stad of gebied doet dit met een netwerk op basis van de WiFi standaard, dezelfde WiFi dat veel mensen als draadloos netwerk in huis hebben. Het grote voordeel van deze techniek is het feit dat men zich kan bewegen in zonder dat de verbinding wordt verbroken. Dat is bijvoorbeeld erg handig voor de politie die in de wagens gebruik maken van communicatie via het netwerk. Ook kan het netwerk vergunningsvrij gebouwd en gebruikt worden. Hierover later meer.

Een stadswerk is als volgt opgebouwd: Er worden basisstations geplaatst die via bijvoorbeeld glasvezel in verbinding met het vaste netwerk. Om als gebruiker contact te maken met deze basisstations maakt het netwerk gebruik van zogenaamde nodes die met de basisstations zijn verbonden. Nodes zijn kastjes met zend- en ontvangstantennes die ervoor zorgen dat de gebruiker draadloos met het netwerk kan communiceren. Een ander woord voor node is netwerkknooppunt. De nodes vormen een doorgeefsysteem van data tussen de gebruiker en het netwerk

Waarom worden draadloze stadsnetwerken gebouwd?
Net als in de particuliere consumentenmarkt neemt ook in veel gemeenten de invloed en het gebruik van computertoepassingen toe. Steeds vaker maken deze technieken gebruik van apparaten waarmee draadloos informatie gehaald en verstuurd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de politie die op straat kentekens kan natrekken, vuilnisbakken die een sms versturen als ze geleegd moeten worden en  mobiel cameratoezicht bij evenementen. Zomaar een aantal voorbeelden van de vele toepassingen die tegenwoordig gebruikt worden.

Door deze ontwikkeling zijn gemeenten steeds meer geld gaan uitgeven aan de toegankelijkheid van deze systemen en zoeken ze manieren om deze kosten te beheersen. De voornaamste reden voor hoge kosten zijn vaak de abonnementen en contracten die gemeenten met derden aangaan om gebruik te maken van veel verschillende mobiele diensten. Om deze reden kan het voor een gemeente interessant zijn een eigen draadloos netwerk aan te leggen zodat alle apparaten over hetzelfde, door de gemeente beheerde netwerk kan communiceren. Op die manier wordt er geld bespaart op abonnement en gebruikerskosten. Ook het feit dat de gemeente eigenaar wordt van het netwerk en dus het netwerk zelf kan beheren is een keuze om een eigen netwerk te bouwen.

Verder kunnen dergelijke stadsnetwerken door de grote verscheidenheid aan apparatuur die al gebruik maakt van WiFi, voor verschillende toepassingen gebruikt worden. Denkt u aan laptops, PDA’s en mobiele telefoons die standaard WiFi aan boord hebben. Niet alleen de publieke instellingen kunnen daardoor deze netwerken gebruiken, maar ook commerciële organisaties, onderwijsinstellingen en individuele personen . Hierdoor kan een netwerk ingezet worden als breed communicatiemiddel waarmee allerlei doelgroepen bereikt kunnen worden. In Groningen kunnen studenten bijvoorbeeld na ingebruikname van het netwerk overal in de stad inloggen op de netwerken van de scholen en universiteit.

Mogen deze netwerken zomaar geplaatst worden?
Anders dan bij mobiele telefonie en omroepsystemen is er voor het gebruik van frequenties voor een WiFi-netwerk geen vergunning nodig. Omdat de antennes kleiner zijn dan vijf meter is hiervoor ook geen bouwvergunning nodig. Daarom kan iedereen een WiFi-netwerk bouwen.  Vaak worden de antennes aan gemeentelijke gebouwen gehangen zodat er snel kan worden gebouwd.

Hoe zit het met de veiligheid?
Bij juist gebruik zijn elektromagnetische velden die voor WiFi gebruikt worden veilig. Theoretisch is het mogelijk met sterke antennes een opwarmingseffect in het menselijk lichaam te bereiken. De antennes die voor WiFi gebruikt worden zijn hier echter niet krachtig genoeg voor. Dat blijkt ook uit de meting die Agentschap Telecom , de toezichthouder op het frequentiegebruik, in het kader van draadloos Groningen heeft uitgevoerd.

Om opwarming te allen tijde te voorkomen, zijn er in Nederland blootstellingslimieten van kracht. Op publiektoegankelijke plaatsen mogen deze blootstellingslimieten niet worden overschreden. WiFi maakt gebruik van de 2,4 GHz en 5,7 GHz frequentiebanden. De blootstellingslimiet in deze frequentiebanden is 61 Volt per meter (V/m). Uit metingen van Agentschap Telecom bij een pilot-test van Draadloos Groningen blijkt dat WiFi-stadsnetwerken ver beneden deze limieten blijven. De gemeten veldsterkte lag daar tussen de 0,02 en 0,18 V/m. De gemiddelde elektromagnetische veldsterkte in Nederland ligt tussen de 1 en 3 V/m en blijft daarmee ruim onder de geldende limieten.

Steden die bezig zijn met draadloze netwerken:

www.wirelessleiden.nl
www.rotterdamdraadloos.nl